Een pelgrimstocht naar het eiland Cythera

 

De ultieme liefdestuin op een eiland, ver weg van de bewoonde wereld, een idyllische plek waar het mooi en fijn is en waar de liefde zegeviert. Dit romantische beeld roept Watteau op in zijn schilderij  Pélerinage à l’île de Cythère, 1717.

 

Volgens een populaire legende was het de geboorteplaats van Afrodite. De Godin van de liefde, schoonheid en vruchtbaarheid die werd geboren uit het zilveren schuim van de zee, nadat haar vader Ouranos door zijn eigen zoon Cronos werd gecastreerd en de zee bevruchtte. Daar verrees Afrodite die door Zephyrus, de westenwind, in een schelp naar Cythera werd gevoerd.

 

Een eiland kunnen we alleen bereiken over het water of door de lucht. We gaan van de ene wereld naar de ander waardoor we een gevoel van afstand ervaren, zelfs als we het al aan de overkant zien liggen. Dat is net als met de liefde: soms heel dichtbij, maar gevoelsmatig ver weg of zelfs onbereikbaar.

 

Dit spel van veraf en dichtbij speelt de Franse Rococoschilder Jean-Antoine Watteau (1684-1721) ook met de toeschouwer. Bij hem gaat het echter niet om het mythologische verhaal op zich. Zijn eiland is een metafoor in een allegorie op de liefde. We zien een paradijselijke scene waarin verliefde stelletjes alleen nog maar aandacht hebben voor elkaar. Afrodite is aanwezig in de vorm van een standbeeld met een krans van rozen om haar heen, rechts op de voorgrond. Linksachter vliegen putti enthousiast boven het schip dat de geliefden naar hun eiland brengt.

 

Maar hoe dicht we het schilderij ook benaderen, we blijven een bepaalde afstand voelen, terwijl de personages op het doek juist elkaars nabijheid hebben opgezocht. Dit gevoel van afstand wordt versterkt doordat er geen enkele figuur het beeld uitkijkt of oogcontact met ons, de buitenwereld, maakt. Ze gaan geheel op in hun eigen liefdesspel.

 

Net als in het theater is er gelijktijdig afstand en nabijheid. We kijken en voelen met de voorstelling mee, zónder er zelf aan deel te nemen. Via de rugfiguur, in het midden van de compositie, worden we juist weer dichterbij de voorstelling betrokken, een veel gebruikte truc in de schilderkunst. Dit wordt verder versterkt door de uitbeelding van heel realistische en herkenbare gevoelens in de gebaren en gezichtsuitdrukkingen van de personages, zoals we ook kunnen zien op duizenden tekeningen en schetsen van Watteau.

 

Voor Watteau was het theater, zoals de Comédie-Française en de Italiaanse Commédia dell’Arte, een van zijn belangrijke inspiratiebronnen. Hieraan ontleende hij zijn karakters en thema’s, zoals dit thema van het liefdeseiland, dat in zijn tijd heel populair was bij het Parijse publiek in zowel de literatuur als op het toneel. Toen op instigatie van de tweede vrouw van Lodewijk XIV, Madame de Maintenon, de theaters moesten sluiten zal de waardering voor de theater-achtige ensceneringen van zijn schilderijen alleen maar zijn toegenomen. Hier kon het publiek nog steeds genieten van haar favoriete onderwerpen met figuren in elegante eigentijdse kleding afgewisseld met toneelkostuums. De houdingen en gebaren doen soms denken aan bewegingen uit het ballet.

 

Pélerinage à l’île de Cythère (Louvre) is één van de belangrijkste werken uit het oeuvre van Watteau en bovendien zijn meesterproef voor acceptatie aan de Franse Academie. Net als in veel van zijn andere schilderijen combineerde hij hier fantasie en werkelijkheid, zonder een concreet verhaal te verbeelden.

 

Toen hij in 1712 geaccepteerd werd als officieel lid van de Franse Academie was zijn werk zo vernieuwend dat het niet in een van de bestaande categorieën kon worden ondergebracht. In plaats daarvan werd een heel nieuw genre in het leven geroepen: de Fêtes Galantes. Elegante gezelschappen in een parkachtig landschap, geschilderd in een vlotte, luchtige toets, die doet denken aan het werk van Rubens (De tuin der liefde, Prado, Madrid, waar het onderwerp zelfs een afgeleide van lijkt te zijn). Frivole en licht-erotische thema’s, geheel passend in de Rococo-stijl van de paleizen van zijn aristocratische clientèle. Al snel volgenden andere kunstenaars deze vernieuwingen, zoals Jean-Honoré Fragonard (1732-1806) en François Boucher (1703-1770).

 

Tegen het einde van de achttiende eeuw zou de waardering voor deze Rococo-stijl geheel omslaan. Het had maar weinig gescheeld of de Pélerinage à l’île de Cythère zou de Franse Revolutie niet hebben overleefd. Een nieuwe generatie kunstenaars, leerlingen van de Classicist Jacques-Louis David (1748-1825), besmeurden en bekogelden de schilderijen van het Ancien Régime in het Louvre met modder en broodballen. Het schilderij werd gelukkig nog net op tijd verstopt op de zolder van het museum……

 

Watteau maakte in zijn relatief korte carrière van zo’n 15, jaar meer dan tweehonderd schilderijen. Hier komt het thema met het eiland Cythera drie keer voor. Bij de eerste versie uit Frankfurt am Main (Inscheping voor Cythera, 1709-1712, Städel Museum) is het verhalende element nog het duidelijkst aanwezig. Hoewel de titel niet door Watteau zelf aan het werk is gegeven, lijkt het erop dat we hier inderdaad kijken naar een inscheping voor Cythera.

 

Aan de kust staan jonge mannen en vrouwen, met pelgrimsstaf in de hand, klaar om te vertrekken naar het liefdeseiland. Bij de Venetiaanse gondel aan de linkerkant, worden ze al opgewacht door liefdes-godjes. Twee putti wijzen de weg naar het eiland dat op de achtergrond al zichtbaar is.

 

Op de andere twee versies (Louvre en Berlijn) is het veel minder duidelijk of de jongelui al op het eiland zijn gearriveerd, of dat ze nog zullen vertrekken. Hier gaan de geliefden zó op in hun spel dat het bijna niet voor te stellen is dat ze zich nog níet op het eiland zouden bevinden. Op de achtergrond doemt een mistig berglandschap op. Zou dat het eiland Cythera zijn? Of hoeven ze niet meer af te reizen naar het liefdeseiland, omdat ze de liefde al hebben gevonden?

 

Watteau laat het oordeel over aan onze eigen fantasie. Het blijft een spel van veraf en dichtbij. Met theatrale middelen en een luchtige toets nodigt hij ons uit zijn werk van nabij te bekijken en in gedachten mee te reizen en even te proeven van die andere wereld, hier ver vandaan….

 

(Deze tekst is een bewerking van een artikel dat in april-mei 2017 verscheen in Palet magazine)